Skip to main contentdfsdf

human nl's List: moraal

  • Apr 20, 10

    "Apen en honden kennen het verschil tussen goed en kwaad dondersgoed, betoogde Midas Dekkers in Trouw. Klopt dat? En is de menselijke moraal afgeleid van de dierlijke?

    Voor Aristoteles, onder meer de vader van de biologie, was het duidelijk: de mens is het enige levende wezen dat een gewaarwording heeft van goed en kwaad, recht en onrecht. En dankzij deze waarden is de mens in staat tot samenleven.

    Bioloog en allesdeskundige Midas Dekkers is het daar niet helemaal mee eens. Volgens hem is de moraal die ons van de dieren zou onderscheiden juist uitgesproken dierlijk.

    Bas Haring, filosoof en hoogleraar ’publiek begrip van de wetenschap’ aan de Universiteit Leiden, kan in beide standpunten meegaan. „Aristoteles heeft het niet alleen over de moraal, maar ook over de gewaarwording van die moraal. Daarin zijn mensen inderdaad uniek: wij hebben besef van de moraal, we kunnen erover praten en hem heroverwegen. Dat kunnen dieren niet, in die zin heeft Aristoteles gelijk. Maar het primaire gevoel voor goed en kwaad, dat is niet uniek voor de mens. Dieren hebben dat oordeelsvermogen ook. Ik ben ervan overtuigd dat ook ons morele gevoel heel intuïtief en beestachtig is.”

    Grahame Lock, hoogleraar wijsbegeerte van de managementwetenschappen aan de Radboud Universiteit Nijmegen, denkt er anders over. „Uit het feit dat de reflectie op de moraal bij dieren ontbreekt, kun je juist afleiden dat zij geen moraal hebben. Want een moraal zonder reflectie is geen moraal. Een dier kent geen tijd. Dat wil zeggen: geen besef van verleden en toekomst, enkel een altijddurend heden. Dat ontneemt een dier de mogelijkheid om de grote morele emoties, zoals schuld of wroeging, te ervaren. Dieren kunnen wel gedrag vertonen dat in onze ogen moreel lijkt. De zorg van een hondenmoeder voor haar pups kan op ons uitermate ethisch overkomen. Maar ze heeft geen morele dilemma’s, ze maakt überhaupt geen keuzes, ze handelt instinctief. Voor zover er moraal is in de wereld, is die menselijk. Misschien zijn er buitenaardse wezens die een moraal kennen, m

    • aar op deze planeet zijn wij toch echt de enigen.”

      Haring: „Veel wijst erop dat onze morele oordeelsvorming in hoge mate beestachtig is, zowel van oorsprong als van karakter. Met andere woorden: moreel gedrag zit ons in de genen. Dat is goed te zien aan de manier waarop wij met andere soorten omgaan, zoals ook Midas Dekkers betoogt. We zijn de grootste vrienden met wezens die dezelfde genen bezitten, soortgenoten dus, maar met andersoortige wezens gaan we behoorlijk lomp om. Dat geldt voor de dieren ook: binnen de eigen soort is er een morele code, maar tegenover andere soorten kennen ze geen genade.”

      „Eigenlijk gaat het zelfs nog verder: we zijn geneigd om mensen van ons eigen clubje voor te trekken. Iemand die uit Nederland komt is voor ons belangrijker dan iemand die uit Tanzania komt. Rationeel gezien is dat moreel verwerpelijk, maar we denken en handelen voortdurend zo. Dat doen we vanuit ons diepste wezen. Dichtbij staat hoger dan ver weg. De naaste is belangrijker dan de vreemdeling. Ook hieruit blijkt de dierlijkheid van onze moraal: voor dieren is de eigen groep heilig.

      „Evolutionair bioloog Marc Hauser heeft veel experimenten gedaan waarin mensen morele dilemma’s voorgelegd krijgen. Dat levert twee inzichten op. Ten eerste blijken mensen over de hele wereld ongeveer dezelfde morele keuzes te maken. Moraal is dus minder nauw verbonden met cultuur dan we geneigd zijn te denken. Ten tweede blijken mensen die keuzes bliksemsnel te maken, net zo snel als we bepalen of een zin grammaticaal kloppend is of niet. En bij nadere analyse blijkt dat die keuzes vaak niet rationeel te onderbouwen zijn – als hij de proefopstelling iets verandert, kiezen mensen totaal anders, zonder dat daar logische redenen voor zijn. Het zijn dus natuurlijke intuïties.”

      Lock: „Het verbaast me niet dat mensen in grote lijnen ongeveer hetzelfde blijken te kiezen. Dat komt doordat een cultuur niet kan functioneren als niet aan bepaalde basiswetten wordt voldaan – zoals het verbod op incest en moord, door Freud geformuleerd als de grote cultuurstichtende taboes. Maar de bijkans universele morele regels die daaruit voortkomen zijn geen natuurwetten. Natuurwetten beschrijven de natuurlijke loop der dingen, bijvoorbeeld: water stroomt naar het laagste punt. Menselijke wetten beschrijven niet hoe iets loopt, maar schrijven voor hoe dingen zouden moeten lopen. Dierengedrag komt voort uit natuurwetten, Mensengedrag uit mensenwetten – gedeeltelijk tenminste.”

      „En wat betreft de snelheid van oordelen: ook dat verbaast me niet. Mensen kunnen inderdaad heel snel een morele keuze maken. Ik denk alleen dat je daar niet uit kunt concluderen dat het daarom een natuurlijke intuïtie betreft. Als we met elkaar spreken, handelen we ook bliksemsnel. Spontaan produceren we volzinnen, bedenken we nieuwe woorden en corrigeren we fouten. Maar dat betekent nog niet dat die taal als een natuurlijke intuïtie uit onze hersenen komt zonder dat we regels volgen. We volgen juist voortdurend heel veel regels. Die regels zaten niet in onze genen, die zijn aangeleerd. En we beheersen ze zo goed, dat het spreken vanzelf lijkt te gaan. Terwijl het een uitermate kunstmatig proces is. De snelheid zegt dus niets over de mate waarin iets aangeleerd of natuurlijk is.”

      Haring: „Natuurwetenschappers zijn het erover eens dat de menselijke moraal is ontstaan volgens een evolutionair proces, waarbij het meest succesvolle gedrag wordt doorgegeven. Daardoor zijn wij in meerderheid goedwillende, brave mensen. Het is nu eenmaal het handigst als je elkaar kunt vertrouwen. Filosofen hebben altijd grote moeite gehad met dit idee. Ze hopen dat de moraal te beredeneren valt. Ze bedenken een complete moraalleer, zoals bijvoorbeeld Kant gedaan heeft. Maar zo’n leer is niet in alles in overeenstemming met onze intuïtieve moraal.

    • In de NRC van afgelopen zaterdag is weer eens de discussie opgelaaid of er een moraal zonder God bestaat. Herman Philipse en Gert van den Brink kruisten de degens.  In dezelfde aflevering gaat Ger Groot het debat aan over het arrest van de Hoge Raad over het passief kiesrecht voor SGP-vrouwen. In beide discussies wordt  voorbij gegaan aan het mensgemaakte karakter van religie zoals bepleit in hoofdstuk 12 van C&L.

       

      De Vlaamse filosoof Etienne Vermeersch heeft in een lezing over moraal zonder God (met zijn naam en moraal als zoektermen is die gemakkelijk te Googlen) geprobeerd moraal te funderen in een reeks historische ontdekkingen van wat je de menselijke normativiteit kunt noemen. Dat wetenschap de normativiteit van de natuur heeft blootgelegd (d.w.z. dat wat in de natuur op basis van fundamentele wetten als de voorlopige stand van zaken wordt geaccepteerd) vinden we inmiddels vanzelfsprekend. Kan wetenschap dat ook op het terrein van de menselijke normativiteit? Ik denk van wel en de inspanningen op dat punt mogen wel wat worden opgevoerd.

       

      Ik weet het, dat is tegen het zere been van filosofen en uiteraard theologen. Die vinden immers al gauw dat de wetenschap buiten zijn boekje gaat als zij zich met moraal bemoeit.

       

      In dezelfde aflevering van de NRC als waarin Steven de Jong het debat tussen Gert van den Brink en Herman Philipse aankaart, probeert Ger Groot er ons van te doordringen dat de gerechtelijke uitspraak tegen het verbod op passief vrouwenkiesrecht in een politieke partij onze democratie bedreigt. Hij redeneert dat het verbod door deze partij een morele keuze is die meekomt met de vrijheid van godsdienst. Daar moeten rechters, laat staan wetenschappers, zich niet mee bemoeien.

       

      We weten allemaal dat die keuze van de SGP uit de bijbel komt en daarmee recht doet aan het idee dat de moraal van God komt. Maar daar komt deze niet vandaan, zegt Vermeersch op overtuigende wijze. Hij komt uit mensenhanden. Dat God erbij gehaald wordt is ook uitsluitend het initiatief van mensen. Wetenschap geeft daarover toch wel enig uitsluitsel, is de hoofdles van Vermeersch. Hij staat niet alleen.

       

      Wetenschappers van de menselijke normativiteit beginnen te begrijpen hoe moraal werkt. Geleerden als Jonathan Haidt en Kwame Anthony Appiah (voor de fijnproever: lees zijn fijne boekje: Experiments in ethics) hebben de weg geëffend naar een beter begrip van hoezeer moraal een zaak van mensen is. Dat leverde een tamelijk ingewikkelde geschiedenis op van allerlei morele systemen. Godsdienst maakt deel uit van die geschiedenis. Wetenschappers beginnen die te ontrafelen.

       

      Het is evident dat Philipse, maar ook Groot zich niet gauw zullen bezig houden met het werk van Haidt c.s. Het is geen filosofie, maar experimentele psychologie. Wat er ook van zij, Philipse’s verdediging van het atheïsme is volgens mij een brug te ver. Hij is een soort gelovige in de ‘niet-god’. Hij zou nog wel wat zou kunnen leren van deze experimenteel psycholoog en van Vermeersch.

       

      Wat Groots filosofische aanval op het recht voor iets is, vind ik moeilijk te beoordelen. Mij komt het vreemd voor dat hij nog steeds niet ervan overtuigd is dat de menselijke uitvinding van gelijke rechten voor vrouwen vergelijkbaar is met de beste natuurkundige ontdekking. Het is zeker niet zomaar een filosofische vaststelling waar die van een gelovigen wel eventjes tegenover geplaatst kan/mag worden. Hij doet het voorkomen alsof een religieuze overtuiging over vrouwen gerekend moet worden tot ons grondrecht en daarmee immuun is voor gerechtelijke maar ook wetenschappelijke kritiek.

       

      Dat verraadt dat in zijn ogen religie zich mag vrijwaren van wetenschappelijke oordelen over of wat in zo’n stelsel van overtuigingen wordt beweerd juist is ja of nee. Het gerechtelijke oordeel gaat er terecht van uit dat de vaststelling dat vrouwen in alles gelijkwaardig zijn aan de man een wetenschappelijke bevinding is, die in het recht kan functioneren als een solide basis voor het gegeven arrest. Ook religieuze overtuigingen hebben zich naar wetenschappelijke bevindingen te schikken. Wat mensen verzinnen is te allen tijde voor verbetering vatbaar. Komt het van God, ja dan is het  immuun voor wat voor bevinding ook.

1 - 2 of 2
20 items/page
List Comments (0)