In de NRC van afgelopen zaterdag is weer eens de discussie opgelaaid of er een moraal zonder God bestaat. Herman Philipse en Gert van den Brink kruisten de degens. In dezelfde aflevering gaat Ger Groot het debat aan over het arrest van de Hoge Raad over het passief kiesrecht voor SGP-vrouwen. In beide discussies wordt voorbij gegaan aan het mensgemaakte karakter van religie zoals bepleit in hoofdstuk 12 van C&L.
De Vlaamse filosoof Etienne Vermeersch heeft in een lezing over moraal zonder God (met zijn naam en moraal als zoektermen is die gemakkelijk te Googlen) geprobeerd moraal te funderen in een reeks historische ontdekkingen van wat je de menselijke normativiteit kunt noemen. Dat wetenschap de normativiteit van de natuur heeft blootgelegd (d.w.z. dat wat in de natuur op basis van fundamentele wetten als de voorlopige stand van zaken wordt geaccepteerd) vinden we inmiddels vanzelfsprekend. Kan wetenschap dat ook op het terrein van de menselijke normativiteit? Ik denk van wel en de inspanningen op dat punt mogen wel wat worden opgevoerd.
Ik weet het, dat is tegen het zere been van filosofen en uiteraard theologen. Die vinden immers al gauw dat de wetenschap buiten zijn boekje gaat als zij zich met moraal bemoeit.
In dezelfde aflevering van de NRC als waarin Steven de Jong het debat tussen Gert van den Brink en Herman Philipse aankaart, probeert Ger Groot er ons van te doordringen dat de gerechtelijke uitspraak tegen het verbod op passief vrouwenkiesrecht in een politieke partij onze democratie bedreigt. Hij redeneert dat het verbod door deze partij een morele keuze is die meekomt met de vrijheid van godsdienst. Daar moeten rechters, laat staan wetenschappers, zich niet mee bemoeien.
We weten allemaal dat die keuze van de SGP uit de bijbel komt en daarmee recht doet aan het idee dat de moraal van God komt. Maar daar komt deze niet vandaan, zegt Vermeersch op overtuigende wijze. Hij komt uit mensenhanden. Dat God erbij gehaald wordt is ook uitsluitend het initiatief van mensen. Wetenschap geeft daarover toch wel enig uitsluitsel, is de hoofdles van Vermeersch. Hij staat niet alleen.
Wetenschappers van de menselijke normativiteit beginnen te begrijpen hoe moraal werkt. Geleerden als Jonathan Haidt en Kwame Anthony Appiah (voor de fijnproever: lees zijn fijne boekje: Experiments in ethics) hebben de weg geëffend naar een beter begrip van hoezeer moraal een zaak van mensen is. Dat leverde een tamelijk ingewikkelde geschiedenis op van allerlei morele systemen. Godsdienst maakt deel uit van die geschiedenis. Wetenschappers beginnen die te ontrafelen.
Het is evident dat Philipse, maar ook Groot zich niet gauw zullen bezig houden met het werk van Haidt c.s. Het is geen filosofie, maar experimentele psychologie. Wat er ook van zij, Philipse’s verdediging van het atheïsme is volgens mij een brug te ver. Hij is een soort gelovige in de ‘niet-god’. Hij zou nog wel wat zou kunnen leren van deze experimenteel psycholoog en van Vermeersch.
Wat Groots filosofische aanval op het recht voor iets is, vind ik moeilijk te beoordelen. Mij komt het vreemd voor dat hij nog steeds niet ervan overtuigd is dat de menselijke uitvinding van gelijke rechten voor vrouwen vergelijkbaar is met de beste natuurkundige ontdekking. Het is zeker niet zomaar een filosofische vaststelling waar die van een gelovigen wel eventjes tegenover geplaatst kan/mag worden. Hij doet het voorkomen alsof een religieuze overtuiging over vrouwen gerekend moet worden tot ons grondrecht en daarmee immuun is voor gerechtelijke maar ook wetenschappelijke kritiek.
Dat verraadt dat in zijn ogen religie zich mag vrijwaren van wetenschappelijke oordelen over of wat in zo’n stelsel van overtuigingen wordt beweerd juist is ja of nee. Het gerechtelijke oordeel gaat er terecht van uit dat de vaststelling dat vrouwen in alles gelijkwaardig zijn aan de man een wetenschappelijke bevinding is, die in het recht kan functioneren als een solide basis voor het gegeven arrest. Ook religieuze overtuigingen hebben zich naar wetenschappelijke bevindingen te schikken. Wat mensen verzinnen is te allen tijde voor verbetering vatbaar. Komt het van God, ja dan is het immuun voor wat voor bevinding ook.