Bij 1 op de 5 gevallen van palliatieve sedatie lijkt de arts deze behandeling te gebruiken als alternatief voor euthanasie.
Dit blijkt uit recent onderzoek naar de toepassing van palliatieve sedatie in Vlaanderen. Bij 17% van de onderzochte gevallen van sedatie was het (mede) de intentie van de arts de dood te bespoedigen. Officieel is palliatieve sedatie niet bedoeld om het leven van een patiënt te beëindigen, maar uitsluitend om het lijden van de patiënt te verlichten. Euthanasie daarentegen is wél bedoeld om de dood te versnellen.
Andere bijzondere resultaten uit het onderzoek: sinds 2001 is het percentage van de overlijdens waarbij palliatieve sedatie werd toegepast gestegen van 8,2 naar 14,5 procent van de sterfbedden. De onderzoekers doen een slag naar de oorzaak van die stijging: het zou aan de (strenge) regels rondom euthanasie kunnen liggen, aan de voorkeur van artsen voor palliatieve sedatie versus euthanasie of omdat artsen pas sinds recent `durven` aan te geven dat zij vaak tot palliatieve sedatie overgaan.
De medicatie die werd ingezet roept - vergeleken met de Nederlandse richtlijn voor palliatieve sedatie - de nodige vraagtekens op. Waar in de richtlijn van de artsenfederatie KNMG gesteld wordt dat het gebruik van een opioïd als morfine `een kunstfout` is, zo wordt in Vlaanderen in 83% van de sedaties opioïden gebruikt. In 31% van de sedaties is dit zelfs het enige middel.
Nederlandse artsen worstelen ook al een ruim decennium met de verhouding palliatieve sedatie-euthanasie. Officieel zijn er (veel) meer verschillen dan overeenkomsten, maar in de praktijk liggen beide behandelingen - ook in de ogen van patiënten en naasten - vaak dicht bij elkaar.