008 startte de VRT met de uitvoering van haar DIVA-project (Digitaal VRT-Archief). De VRT wil zo een deel van het Vlaamse culturele erfgoed bewaren en ontsluiten. Door DIVA zullen oude radio- en tv-programma’s bewaard blijven en gemakkelijker gebruikt kunnen worden door programmamakers en andere gebruikers.
De belangrijkste activiteiten van DIVA in 2009:
de renovatie van filmrollen van de journaals uit de jaren zestig en zeventig. De VRT werkte daarvoor samen met de beschutte werkplaats van Meise-Bouchout. Ook reeksen zoals Ten huize van, Tienerklanken, Echo en Te voet door Vlaanderen werden gerenoveerd en gedigitaliseerd. In totaal werd 565 uren film gedigitaliseerd.
NIR, de voorloper van de VRT-radiozenders, ging in 1930 van start met uitzenden. Na de Tweede Wereldoorlog startte de openbare omroep met televisie-uitzendingen. In de kelders van de openbare omroep liggen nog heel wat filmspoelen en analoge dragers van geluidsmateriaal opgeslagen. Ze worden aangetast door azijnzuur, mechanische slijtage, demagnetisatie, vooral bij Digitale AudioTape, signaalverlies bij Compact Disc Recordables en uiteraard ook het verloren gaan van geschikte afspeelapparatuur.
De VRT financiert dit project met eigen middelen. DIVA wordt uitgevoerd door de dienst D&A (Documentatie & Archieven), de eengemaakte dienst die zorgt voor het documenteren van programma's en het archiveren ervan. De eerste fase van de digitalisering, DIVA, duurt vier jaar. De selectie van audio en beeld wordt gemaakt op basis van dringendheid en relevantie van de inhoud. Binnen de vier jaar zal er 13.000 uur audio en 6.200 uur film uit het VRT-archief gedigitaliseerd worden. Het volledige archief bevat 170.000 uur beeldmateriaal en 90.000 uur audio. Het is dus nog maar het topje van de ijsberg.
Het platform zal zowel resultaten van het domein Informatiebeheer als die van het domein mediaproductie integreren. Het platform heeft als kern een uitbreidbaar Media Asset Managementsysteem waarin onderzoeksresultaten kunnen geplugd worden. Er zal geen gebruik gemaakt worden van bestaande MAM-systemen zoals Ardome, maar het systeem zal grotendeels in-house ontwikkeld worden en waar mogelijk zullen bestaande (al dan niet commerciële) componenten geïntegreerd worden. Alleen zo hebben we voldoende controle over de componenten en kunnen we ervoor zorgen dat het inpluggen van onderzoeksresultaten mogelijk zal zijn en blijven